She Who Wanders

Hong Kong: Eetstokjes, Buddha’s en een maatpak in 48 uur

Van de yum cha tot een maatpak in 48 uur

Met twee reisgenoten vertrok ik richting Hong Kong, met de Indonesische eilanden als volgende stop. Samen beleefden we de eerste dagen in Azië: nieuwe geuren, vreemde gewoontes en lange nachten die we wakker doorbrachten.

Om zes uur ’s ochtends landden we in Hong Kong, met de energie van mensen die denken dat de wereld nog slaapt. Het bleek een stad die je vanaf de eerste ochtend meeneemt, ook als je lichaam het niet helemaal met je eens is.

Onze spullen gingen meteen de hotelkamer in, en daarna ging het naar de yum cha, het Kantonese ontbijtritueel van thee en dim sum. Je zit hier niet apart, maar aan een tafel vol vreemden. Thee in kleine kopjes, eetstokjes die je zelf moet bedwingen, en een rij vol locals voor de deur. Dat laatste is het enige teken dat je het goed doet. We bestelden van alles, tot en met de maag van de koe. Die heeft niemand van ons gegeten. Onze magen hadden andere plannen.

Overdag probeerde ik wakker te blijven, met z’n drieën die er allemaal even hard tegen vochten. Mijn lichaam stemde niet in. Een slaapje van twee uur gaf weer wat leven, maar de nacht eindigde met wakker liggen. Typisch jetlag, typisch ik.

Ik besloot die eerste middag ook mijn wenkbrouwen te laten epileren, met een scheermesje. Best spannend, want de vrouw in de salon verstond me niet goed, en zo kwam ik met oranje wenkbrouwen de straat op. Haha, een prijs die je voor een reis ook betaalt.

’s Avonds liepen we naar de Victoria Harbour, waar we aten en dronken met uitzicht op de skyline. Daarna netjes op tijd terug naar het hotel. De rust voor de storm.

Die eerste dag gingen we ook naar de Big Buddha: een uur en een half met de trein, en daarna de kabelbaan omhoog. Boven kochten we wierook en staken die aan. Een klein moment van stilte, midden in een stad die nooit stil is.

De tweede ochtend begon bij 2Cafe. Ik bestelde black tea met melk, een typisch Hongkongs ding, en de melk bleek van het Nederlandse merk Friesland Campina. Daarna stond het Buddha-beeld bij Ngong Ping Village op het programma. Drie keer de trein, veel lopen en een halfuur kabelbaan. Maar je krijgt er een uitzicht voor terug dat elke spierpijn waard is. Voor de lunch passeerden we de toeristentrap en liepen we een stukje verder, naar een plek met plastic stoeltjes en fantastische rijst met kip. Onze lichamen, die zich eerder bij de maag van de koe hadden afgemeld, waren daar een stuk blijer mee. Op de terugweg bestelde ik beef met groenten, een klassieker die nooit teleurstelt.

Op zondag zagen we iets wat ons diep raakte. Op de brug en de pleinen van de stad zaten honderden vrouwen samen op kleedjes: eten, muziek, dansen en lachen. Het was er druk, warm en gezellig, en het sprak van veel eenzaamheid en veel verbondenheid tegelijk. Dit zijn gastarbeiders, die hier ver van huis werken als huishoudelijk personeel en op hun vrije dag de ruimte hebben om samen te zijn. Indrukwekkend om te zien.

De derde ochtend ontbeten ik opnieuw bij 2Cafe. Daarna stond de finale review van het maatpak op de rol.

Intussen liet ik in een luguber steegje van het Dodge-gebouw in Mong Kok, in de Indiase wijk, een maatpak maken. Binnen 48 uur klaar, met twee reviews en dus twee passen. De kwaliteit en service waren fantastisch, en elke iteratie maakte het pak een stukje beter.

Daarna ging het richting vliegveld. Surabaya wacht.

Nanda Spekschoor
20 oktober 2026