She Who Wanders

Java: Surabaya, Malang en een boerderij

Van luxe hotels tot kittens bij een standbeeld

Na Hong Kong landden we op Java, in Surabaya. Een stad die niet meteen met bezienswaardigheden komt aanzetten, maar wel met verrassingen om elke hoek.

Op zondag kwamen we aan in Surabaya, waar Bayu ons opwachtte: onze taxichauffeur, vertaler en meteen de aardigste man van de stad. Hij maakte de start in Indonesië een stuk makkelijker. Er was gedoe met mijn visum, want ik blijf langer dan 30 dagen in Indonesië. Dat komt hopelijk goed, al wordt het papierwerk net iets spannender dan ik had gehoopt.

We verbleven drie nachten in het super luxe Bumi hotel. Na de hostels met kraakbedden voelde dat als een sprong naar een andere wereld: een marmeren badkamer, schone witte handdoeken en een bed waar je niet met je knieën tegen de muur stoot. Een flinke cultuurshock, maar eentje die ik met plezier onderging.

Mijn reisgenoot dacht ons te plezieren met een bezichtiging van de grootste mall van Oost-Azië. Daar doe je mij geen plezier mee. Dus even op mijn tanden bijten tussen de galmende geluiden en schreeuwende kinderen.

Op dinsdag gingen we naar Bakso Chukul, een bakso-tent waar je met een kom en een grote glimlach zit. Daarna pakten we een massage. Van de chaos naar de rust van een massagetafel: de beste ruil van de week.

Voor het ontbijt gingen we naar het buffet in Bumi. Daarna bezochten we een grote, bekende begraafplaats, met graven van verschillende geloven naast elkaar. Een stil moment midden in de drukte van de stad.

Bij een standbeeld in de stad zagen we kittens. Een van ons had kattensnoepjes meegenomen, en binnen tien minuten zaten we midden in een kleine kattenfamilie die ons volledig in de hand had. Surabaya liet zich van zijn schattigste kant zien, en wij hebben die kant met liefde toegelaten.

Onze eerste avond aten we bij het Italiaanse restaurant Bowie Charcuterie. Daarna dook ik weer in de lokale keuken: nasi goreng, nasi met zeevruchten en soto ayam, een gele kippensoep die zich sterk maakte als ontbijt of lunch. De steak was ook lekker, al is die niet bepaald Indonesisch. Het absolute hoogtepunt van de luxe was een Barolo van 88 euro, gevolgd door een Balinese sparkling dessertwijn. Ik weet nog steeds niet wat ik lekkerder vond.

Op woensdag reden we met de auto naar Malang. In Rainbow Village zagen we de kleurrijke muurschilderingen die de wijk zijn naam geven. Daarna aten we bij Kedai Pipir Lepen, met lekkere gerechten waar ik later nog op terugkom, want er was veel om over na te denken.

Vandaag bezochten we de boerderij van de tante van een van mijn reisgenoten. Een dag tussen de planten, de dieren en gastvrije mensen die ons met open armen ontvingen. Java voelde toen niet meer als een bestemming, maar als een plek waar je even bij hoort.

Nanda Spekschoor
23 oktober 2026